Hoeveel A4-vellen heb je nodig voor een poster?
Vier voor een A2, acht voor een A1, zestien voor een A0 — maar alleen als je de vellen om de andere stap een kwartslag draait. Hier is de volledige tabel, en de twee dingen die het echte aantal erboven duwen.
Het korte antwoord
Dit zijn de aantallen voor verdelen rand aan rand, zonder overlap en zonder iets te verspillen. Het is de ondergrens: het aantal waar je niet onder komt, met welke tool je het ook doet.
| Poster | Afmetingen | A4-vellen | Raster | Hoe de vellen liggen |
|---|---|---|---|---|
| A3 | 297 × 420 mm | 2 | 1 × 2 | Liggend, het ene boven het andere. |
| A2 | 420 × 594 mm | 4 | 2 × 2 | Staand, precies zoals het papier uit de lade komt. Klopt tot op de millimeter. |
| A1 | 594 × 841 mm | 8 | 2 × 4 | Weer liggend. Dit is de regel waar iedereen de mist in gaat — zie hieronder. |
| A0 | 841 × 1189 mm | 16 | 4 × 4 | Staand. Komt tot op een millimeter van een echte A0. |
Waarom een A1 acht vellen is en geen negen
Elke stap omlaag in de A-reeks halveert het vel en draait de verhoudingen om: een A3 is een brede A4, een A2 een hoge A3, enzovoort. Twee stappen brengen je dus terug bij de vorm waar je begon. Daarom vallen A2 en A0 zo netjes uit — van A4 naar A2 zijn het twee stappen, dus vier staande vellen in een raster van 2 × 2 meten 420 × 594 mm, en dat is tot op de millimeter een A2; zestien in een raster van 4 × 4 komen op dezelfde manier op A0 uit.
Een A1 ligt drie stappen van A4, dus zijn verhoudingen staan gekanteld. Houd je elk vel staand, dan past er niets: je hebt drie kolommen nodig om 594 mm breedte te dekken, en die leveren er 630. Je hebt drie rijen nodig voor 841 mm hoogte, en die leveren er 891. Dat zijn negen vellen, met een strook van 36 mm verspild aan de ene kant en een van 50 mm onderaan.
Leg je in plaats daarvan elk vel liggend, dan dekken twee kolommen de 594 mm precies, halen vier rijen 840 mm, en doen acht vellen het werk zonder dat er iets weggaat. De negen die overal wordt geciteerd is simpelweg wat er gebeurt als niemand het papier draait.
Wat overlap je kost
De vellen laten overlappen maakt uitlijnen veel makkelijker, maar gratis is het niet: elk vel staat een strook af langs elke rand die het met een buur deelt, en dekt dus minder poster dan zijn formaat doet vermoeden.
Bij kleine posters is het effect groter dan mensen verwachten. Met 5 mm overlap past een A2 niet meer op vier vellen: elk staand vel levert nu 205 mm breedte in plaats van 210, dus 420 mm vraagt drie kolommen in plaats van twee. De tool “Poster” lost dat op door het papier liggend te leggen en er acht af te drukken, het kleinste raster dat de poster bij die overlap nog dekt.
Als vuistregel komt er door overlap ongeveer een rij en een kolom bij zodra een poster meer dan een paar vellen breed is. Vind je het aantal vellen belangrijker dan het gemak van het opbouwen, zet de overlap dan op 0 mm, snijd precies op de snijlijn en leg de vellen tegen elkaar aan.
De strook die elk vel kwijtraakt
PrintReal houdt bovenaan elk vel 10 mm vrij voor het nummer van het stuk en het kleine overzichtskaartje — de dingen waarmee een stapel van twaalf bijna identieke pagina's nog te sorteren is als hij uit de printer komt. Die band is de reden dat een A2 er als zes vellen uit komt in plaats van vier, zelfs met de overlap op 0 mm: elk vel levert 287 mm hoogte in plaats van 297.
Printers thuis nemen ook hun deel. Bijna geen enkele drukt tot aan de rand van het papier; een marge van ongeveer 5 mm aan elke kant is normaal, en die blijft onbedrukbaar wat er ook in het bestand staat. Lees de tabel hierboven dus als ondergrens en niet als voorspelling — voor een A2 op A4 is het eerlijke bereik vier vellen in theorie, zes met de labelband, en acht zodra je er een overlap bij optelt waarmee je echt kunt werken.
Posterformaten in inches
Letter-papier hoort niet bij de ISO-reeks en zijn verhoudingen lijken in niets op de wortel uit 2 waarop de A-formaten zijn gebouwd, dus deze posters vallen nooit zo precies uit als die uit de A-reeks. Er blijft altijd wat over; de rasters hieronder zijn de kleinste die elke poster dekken.
| Poster | Afmetingen | Letter-vellen | Raster | Hoe de vellen liggen |
|---|---|---|---|---|
| Tabloid | 279 × 432 mm | 2 | 1 × 2 | 11 × 17 in, en precies twee Letter-vellen zonder verlies. Liggend, het ene boven het andere. |
| 18 × 24 in | 457 × 610 mm | 6 | 2 × 3 | Liggend. De oppervlakte is maar 4,6 vellen; zes is het kleinste raster dat die dekt. |
| 24 × 36 in | 610 × 914 mm | 12 | 3 × 4 | Staand. Het standaardformaat voor filmposters, en het formaat waarvoor je even naar je inktniveau kijkt. |
Het uitrekenen voor elk formaat
Delen, niet vermenigvuldigen. Oppervlakten vergelijken geeft je het theoretische minimum en bijna nooit het echte antwoord, omdat je vellen niet in stukjes kunt knippen en in de gaten kunt leggen.
Neem de breedte van de poster, deel die door de bruikbare breedte van één vel en rond naar boven af — dat is je aantal kolommen. Doe hetzelfde met de hoogte voor de rijen en vermenigvuldig de twee. De bruikbare breedte is de velbreedte min de overlap; de bruikbare hoogte is de velhoogte min de overlap en min de 10 mm van de labelband.
Voor een poster van 700 mm breed op staand A4 met 5 mm overlap: 700 ÷ 205 is 3,4, dus vier kolommen. Is hij 1000 mm hoog, dan is 1000 ÷ 282 gelijk aan 3,5, dus vier rijen. Zestien vellen. Doe daarna dezelfde som met het papier liggend — bij de meeste postervormen vraagt een van de twee richtingen merkbaar minder vellen, en het is niet altijd degene die bij de vorm van de poster past.